De ontmoetingsplaats voor managers

Typisch vrouwelijk

Oktober 2009: een meerderheid van het parlement wil wettelijk vastleggen dat bedrijven met meer dan 250 werknemers ernaar moeten streven dat 30% van de bestuurders en comissarissen een vrouw is.

Ik was ooit uitgenodigd om deel te nemen aan een debat dat het aantal vrouwelijk leidinggevenden in Nederland moest stimuleren. Leuk opgezet evenement met een speed-dating formule. Allerlei hotemetoten uit het bedrijfsleven en de overheid gaven acte de presence.  We zaten in een klein clubje te discussieren met een hoge ambtenaar. Hij vond het een goede zaak dat er vanuit de overheid stimuleringsmaatregelen kwamen, want hij merkte toch echt dat het de bedrijfsvoering goed zou doen als er meer vrouwelijke managers zouden zijn. Ik stelde hem de vraag ‘waarom?’. Zijn antwoord was dat vrouwelijke managers toch veel beter in staat waren om mensen met elkaar te verbinden. Het leek me nogal een boute uitspraak. Een beetje in de trant van ‘donkere mensen hebben meer ritmegevoel’ of ‘je ziet aan zijn onderhandelingsvaardigheden dat die joods bloed heeft’.

Er zijn natuurlijk legio boeken en artikelen verschenen over ‘typisch vrouwelijk’ en ‘typisch mannelijk’, de een nog beter wetenschappelijk onderlegd dan de ander (hele evolutietheorieën over jagen en zorgen liggen hier blijkbaar onder). Ook om me heen hoor ik het regelmatig “Heb je ‘de prooi’ gelezen van Jeroen Smit? Zou allemaal niet gebeurd zijn als er meer vrouwelijk tegenwicht in die top had gezeten (en trust me, dit was geen domme meneer die dit verkondigde).

Is het zo simpel? Kunnen we het allemaal gezellig in hokjes indelen? Gewoon lekker staaltje ongegeneerd polariseren?!   Iedereen heeft voorbeelden in zijn omgeving van mannelijke leiders met veel vrouwelijke kantjes of vice versa. Ik ken een mannelijke bestuurder die Macchiavellaans kan manipuleren. Mijn kaak valt op de knieen als ik zie hoe vernuftig hij schijnbaar ongemerkt zijn eigen standpunt in andermans geopperd idee weet te krijgen. “I’m not worthy”.
Of die oud studiegenoot. Hoge pief binnen de overheid. Nog steeds niet de route naar ‘de salon’ gevonden (lees: een woeste unibrow en ander vreemd zwerfhaar op heur gelaat), met als reden “ze moeten me serieus nemen om mijn inhoud, niet om mijn uiterlijk”. Als ze lacht, buldert ze. Ze schoffeert tijdens vergaderingen (“ik moet af en toe mijn staart neerzetten”) en ze slaat zichzelf als een greyback mountaingorilla op de borst over haar prestaties. Geen kerel die daar tegenop kan (die wordt waarschijnlijk ook door haar in elkaar geslagen na werktijd).

‘typisch mannelijk’ of ‘typisch vrouwelijk’.
Bestaat dan nog? Moet je niet in hedendaags management ‘gewoon’ van alle markten thuis moet zijn? Mens en taak, Jagen en zorgen, hard en zacht. Daarom wellicht een afgezaagd pleidooi. Geen lans breken voor mannelijk leiderschap, geen kaars aansteken voor vrouwelijk leiderschap. Maar gewoon lekker simpel; leiderschap. Maakt de eerder genoemde overheidsmaatregel wel weer ingewikkeld, want hoe meet je dat nou weer? Het is toch veel makkelijker om gewoon een kudde vrouwen naar binnen te kiepen.