Als onderdeel van een schrijftraining lees ik graag een stukje voor van een verhaaltje van Jip & Janneke. Daarna bekijk met de deelnemers wat typisch is voor jip-en-janneketaal, en, nog belangrijker, hoe zij in eigen stukken aan de roep om begrijpelijke taal tegemoet kunnen komen.
Dat leidt tot tips als:
● hou je zinnen kort, strooi niet met komma’s
● geen tang- of andere klemconstructies
● geen containerwoorden, maar specifiek taalgebruik
● zorg voor samenhang in teksten door de juiste signaalwoorden te gebruiken
● actieve zinnen (zonder worden door/zijn door ....)
Natuurlijk kun je je als schrijver van zakelijke teksten voor een specifieke, hoogopgeleide doelgroep meer permitteren. Jargon voor lezers die daar goed mee uit de voeten kunnen, bijvoorbeeld. Wollig of formeel taalgebruik helpt je soms je beter je tekstdoel te bereiken dan recht voor zijn raap te vertellen waar het op staat.
In het septembernummer van Onze Taal (www.onzetaal.nl) staat een artikel van tekstdeskundigen Jacqueline Evers-Vermeulen en Ted Sanders. Ze houden een warm pleidooi voor begrijpelijk Nederlands, ook in een juridische of ambtelijke context. Ze beschrijven kenmerken van jip-en-janneketaal toe en geven aansprekende voorbeelden.
Meer weten? Lees ‘Zeg het in jip-en-janneke-taal, Begrijpelijk Schrijven in de geest van Annie M.G. Schmidt’, 244-246 in Onze Taal, 78e jaargang, september 2009.
Reageren? Plaats een reactie!