Voor de geoefende coach, die bij cliënten ook diepere lagen wil aanboren, is de leer van de vijf karakterstructuren een rijke bron van waaruit coaching op alle niveaus mogelijk is. Voortbordurend op Wilhelm Reich’s Charakteranalyse ontwikkelde Alexander Lowen een indeling in vijf structuren, waarin plaats is voor gedrag, gevoelens en het lichaam.
Wie kent niet de voldoening om samen met de klant te kunnen verwoorden wat deze zelf niet eerder onder woorden heeft gebracht. Het moment dat je raakt aan de kern van een probleem waar hij mee worstelt: “Dit is er met jou aan de hand”. Het is heel bevredigend als de ander jouw beeld en de behoefte worden van hem herkend. Maar daar moet het natuurlijk niet om gaan. Belangrijk is slechts dat je nu aan het werk kunt. Als je hebt kunnen vaststellen welk reactiepatroon de kern is van functioneringsproblemen en een idee hebt van de blokkades die daar weer achter schuil gaan, als de klant dit ook nog herkent en ziet hoe hij zichzelf gevangen houdt én bereid is er wat aan te doen, pas dan is de basis gelegd voor verandering.
Veel coaches gebruiken een – al dan op een psychologische theorie gebaseerd - model om patronen in het problematische functioneren te ontdekken en af te bakenen en vervolgens hun aanpak daarop te baseren. Voor mij is dat de leer van de vijf karakterstructuren een bruikbare theorie bij het ontdekken van patronen, blinde vlekken en emotionele blokkades. Als ik eenmaal weet tot welke van de vijf karakterstructuren een klant behoort, weet ik meteen zoveel méér: hoe iemand zijn omgeving ervaart, andere - mogelijk problematische - patronen, blinde vlekken en emotionele blokkades. Als ik één van de vijf structuren herken, weet ik ook waar iemands pijn en kwetsbaarheid vandaan komen en hoe ze doorwerken in alle facetten van het leven. Als ik erin slaag af te stemmen op dit diepe niveau heb ik een ingang voor het coachingstraject en ben ik in staat met de klant aan blijvende gedragsverandering te werken. Vooral ervaren coaches die in staat zijn “onder de oppervlakte “ ( Tijdgat, 19..) te coachen kunnen profijt hebben van het werken met dit model.
Verdedigingsmechanisme en masker
Karakterstructuren hebben hun oorsprong in de vroege jeugd. Wanneer aan een primaire behoefte niet wordt voldaan, zoekt het jonge kind een antwoord om zijn pijn te verzachten: een overlevingsstrategie. In de loop der jaren ontwikkelt zich een kenmerkend patroon van gedrag, reactiewijzen, gevoelens en lichamelijke kenmerken. Ook in de werksituatie zijn ze dus waar te nemen. Doorgaans zien we een mix van karakterstructuren waarin er één dominant is. In een mensenleven kan nu eens de ene, dan de andere structuur dominant zijn. Elk van de vijf structuren is het antwoord van een individu op een gefrustreerde ‘primaire behoefte’.
Coachen: door de barrière heen
In het leven van alledag roept het masker een reactie van de omgeving op die juist datgene bevestigt waar men bang voor is, wat men wil vermijden. Een vicieuze cirkel waarin de pijn en de frustratie telkens opnieuw bevestigd worden door de buitenwereld. Bij mensen met een dominant aanwezige onverzadigbare of orale structuur is de behoefte aan voeding en koestering gefrustreerd. Het kind concludeert: ik vraag maar niets (of te weinig), want voor mij is het er niet. Het masker toont de buitenwereld een kritisch mens; zo iemand die – inderdaad – weinig positieve reacties krijgt. Het gevoel van tekort wordt opnieuw bevestigd.
Om een reactiepatroon te doorbreken, zal de klant zich moeten gedragen op een manier die tegen zijn ‘natuur’ ingaat. Hij moet door een barrière heen.
Bron: Loopbaan.nl, NTVC.nl